Voor onze missie ,dank u

Bij de bakker, de slager of de kruidenier stond het op de toog. Een beeldje van zowat twintig centimeter hoog, dat een breed lachend, roetzwart negertje voorstelde.
Het mannetje oogde wat kinderlijk, wat goed paste bij de paternalistische kijk op de Congolezen. In de perceptie waren ze goedlachs, eenvoudig en naïef.
Het beeldje was doorgaans uit gips vervaardigd en met een glanzende verf in felle kleuren beschilderd.

In een gleuf kon een muntstuk worden gestopt, dat in zijn val een ingenieus inwendig mechanisme op gang bracht, waardoor het hoofdje in een kom heen en weer bewoog, alsof het knikte, als een blijk van goedkeurende dankbaarheid tegenover de gulle gever.

Met het zo ingezamelde geld werden goede werken verricht in de missies in de kolonie. Die hadden altijd geld te kort. De missionarissen kwamen om de zoveel jaar eens terug naar België en deden dan hun ronde van de parochies, om er in de zondagsmis preken te houden over hun werk in de kolonie. Daarnaast gaven ze diavoorstellingen met beelden van het leven in de missies in Congo.
Waarna omhaling.

Bij afwezigheid van de missionaris deed de missiespaarpot in de winkels zijn werk.‘Voor onze missies, dank u’ stond er dikwijls op het beeldje te lezen.Kinderen deden het graag, die munt erin stoppen. Het was een grappig gezicht, dat knikkende, dankbare negertje. Want dat paste ook in die perceptie: het zwartje was, behalve kinderlijk, ook dankbaar. De verhoudingen waren meteen duidelijk: wie gaf en wie kreeg, wie gul was en wie het zonder die gulheid nooit zou redden.

error: Content is protected !!